|
De nieuwe databank
´Effectieve interventies in de sociale sector´ bevat informatie over de
praktijk en effectiviteit van veelgebruikte methoden. Op dit moment omvat de
databank zo'n twintig methodieken, eind dit jaar
moeten het er veertig zijn. ‘Het blijft aan de professional om te kiezen
welke methode in welke situatie het meest geschikt is', zegt projectleider
Marijke Booijink (MOVISIE).
Marijke
Booijink vertelt dat de criteria om een methode
opgenomen te krijgen in de databank
nog bescheiden zijn. 'Het moet wel echt om een methode gaan, dat wil zeggen
de systematische werkwijze naar een bepaald doel. Daarnaast moet er een
handboek bestaan, zodat de informatie overdraagbaar is en anderen er ook mee
aan de slag kunnen.' Bovendien moet een methode minimaal twee jaar hebben
bestaan bij tenminste twee instellingen.
Overzicht
Per methode biedt de databank een overzicht van alle
beschikbare informatie: de methode zelf, de onderbouwing met wetenschappelijk
onderzoek, de praktijkervaringen van professionals en zo
mogelijk ook effectonderzoek rondom de methodiek. 'Deze informatie was
tot nog toe heel versnipperd, en die brengen we nu in een databank samen,
zodat professionals een weloverwogen keuze kunnen maken uit methoden.'
Kennisfundament
Het projectteam van Booijink
beoordeelt of een methode aan alle criteria voldoet. ‘De drempel is nog niet
zo hoog, omdat we op de eerste plaats een kennisfundament voor de sociale
sector willen aanleggen. We willen per methode alle beschikbare informatie
bij elkaar brengen en de sterke en zwakke kanten belichten. Door de witte
plekken zichtbaar te maken willen we bijvoorbeeld effectonderzoek stimuleren
en zo aanzet geven tot kwaliteitsverbetering.’
Beter in Meedoen
Op dit moment omvat de databank twintig methoden en dit
jaar zijn er nog twintig in voorbereiding. Het project is onderdeel van het
programma 'Beter in Meedoen' dat tot doel heeft de kwaliteit van de
uitvoering binnen de Wmo te verbeteren. Door nauwe samenwerking met
brancheorganisatie MOgroep en directeurenvereniging
Verdiwel wil MOVISIE de bruikbaarheid van de
databank vergroten, vertelt Booijink. ‘Via
regionale samenwerkingsverbanden kijken we bijvoorbeeld met welzijnsorganisaties
welke methoden zij nog aan de databank kunnen toevoegen. Ook worden in deze
groepen methoden geëvalueerd.'
Evidence based
Over de behoefte aan ‘evidence based’ methodieken is nog een stevige discussie gaande,
schetst Booijink. ‘Wij geven informatie over
methoden en wanneer deze werkzaam zijn. In het veld leeft wel angst dat een
databank als deze ook betekent dat professionals bepaalde methoden moeten
toepassen. Die discussie leeft en daarover zijn we ook in gesprek met het
ministerie van VWS.’
Niet dwingend
Marijke Booijink benadrukt dat
de databank niet bedoeld is om methodieken dwingend voor te schrijven. ‘Het
blijft aan de professional om te kiezen welke methode in welke situatie het
meest geschikt is. Methoden kun je nooit van buitenaf opleggen, maar die
moeten altijd een professionele afweging blijven. Met deze databank willen we
professionals helpen hun afwegingen bewuster te maken.’
Link: Databank Effectieve
interventies in de sociale sector
Bron: www.zorgwelzijn.nl
|