|
Wat in de analyse
van coalitieakkoorden opvalt is dat de komende jaren in het teken staan van
grootschalig bezuinigen. Tegelijkertijd zien we bij vrijwel alle gemeenten de
wens om dit doordacht en bewust te doen. Geen kaasschaaf en geen botte bijl,
maar proactief en sociaal bezuinigen!
Veel gemeenten starten daarnaast, of daaraan voorafgaand, met
een kerntakendebat. In samenspraak met het maatschappelijk middenveld worden
de taken van de lokale overheid opnieuw gedefinieerd. Uitgangspunt daarbij is
een overheid die er niet voor de burgers is, maar van de burgers. Een
overheid die regisseert, faciliteert, maar ook de
ruimte geeft aan burgers zelf vorm te geven aan hun samenleving. Niet van de
wieg tot het graf ondersteuning, maar faciliteiten al naar gelang wens en
behoefte van de burger. Niet de oplossende overheid maar de samenwerkende
overheid.
Regie
De sleutel in de reflectie op kerntaken is de manier
waarop dat gebeurt. De uitkomst is voor een deel tenslotte
al bekend. Bescherming, veiligheid, een minimum aan bestaanszekerheid, het
creëren van kansen op werk en scholing, zorgen voor goed onderwijs. Dat type
taken zijn en blijven kerntaken van de overheid. De
rol die de overheid daar bij speelt, en de rol die de burger kan gaan spelen,
is echter op allerlei manieren in te vullen. Daar ligt dan ook de eerste
prioriteit van de gemeente de komende maanden: de regie nemen.
Proces
De inrichting van het proces om te komen tot een nadere
formulering van de kerntaak en de rol die de gemeente inneemt is de tweede
stap. Dat proces kent meerdere participanten en
behelst een nieuwe vormgeving van de beleidscyclus van gemeenten. Participanten zijn naast de gebruikelijke stakeholders uit het maatschappelijk middenveld (denk aan
corporaties maatschappelijke ondernemingen, welzijnsinstellingen, culturele
instellingen, vrijwilligersorganisaties, sportorganisaties en wat dies meer
zij) vooral ook de individuele burgers. Hen te betrekken bij dit proces leidt
tot draagvlak en betrokkenheid.
Beleidscyclus
De huidige beleidscycli barsten van beleid. Als er een
ding duidelijk zal zijn gedurende een kerntakendebat dan is dat het feit dat
er een teveel aan beleid is en vaak een tekort aan uitvoering. Terughoudend
zijn in beleid (beleidsarm noemt men dit wel met een ongelukkig gekozen term)
staat dus voor op. Ook de erkenning dat voor verschillende maatschappelijke problemen
niet altijd dezelfde oplossingen mogelijk zijn is van belang:
beleidsdifferentiatie is dus ook van belang. Dat leidt tot de volgende,
overzichtelijke, cyclus:
Verkennen van de mogelijkheden met burgers en
maatschappelijk middenveld
Kaders vast stellen (financieel en, waar beslist
noodzakelijk, inhoudelijk)
Uitvoering zo veel mogelijk bij het maatschappelijk
middenveld laten
Horizontaal (aan de burger!) verantwoording afleggen
Maatschappelijk
Rendement
Stade Advies heeft in samenwerking met Luc Taal,
voorzitter van de stichting Foundation for
Collectieve Valorisation, een proactieve methode
uitgewerkt om het kerntakendebat en de keuzes voor bezuinigingen primair te
laten leiden door het verwachte maatschappelijk rendement dat via sociale
investeringen bereikt wordt. Bij deze methode worden de inzichten van de
ambtelijke organisatie, de in de gemeente actieve maatschappelijke en de
culturele organisaties (ook de niet door de gemeente gesubsidieerde
organisaties) en die van de gebruiker of hun vertegenwoordigers benut om tot
afwegingen te komen die het maatschappelijk rendement zo weinig mogelijk
schade doen. Burgers en maatschappelijke organisaties worden nadrukkelijk
betrokken bij het maken van keuzes.
Het speelveld
Bij een proactieve benadering proberen we zoveel mogelijk
partijen te betrekken bij de maatschappelijke afwegingen. De mensen hebben
met elkaar goed inzicht op wat van groot en wat van minder groot belang is
voor de burgers en gebruikers van maatschappelijke en culturele organisaties.
Uiteraard ieder vanuit zijn of haar eigen invalshoek, maar door de combinatie
van deze invalshoeken ontstaat een breder spectrum van de gewenste
voorzieningen. Dit scala van opvattingen is het advies aan de politiek in een
gemeente over de richting van mogelijke kerntaken en bezuinigingen in het
sociale domein.
Range Voting
Het is uiteraard uiterst ingewikkeld en kostbaar om al deze mensen individueel of
collectief te gaan interviewen naar het belang dat zij hechten aan bepaalde
door de gemeente gesubsidieerde maatschappelijke of culturele functies.
Daarom maken we gebruik van het online-instrument
Range Voting, dat is gebaseerd op de principes van Good Governance. Bij Range Voting krijgen alle deelnemers dezelfde stellingen
voorgelegd, waar zij met een unieke user- en passwordcombinatie
in een beperkte periode simultaan en aangekondigd, eenmalig over stemmen. Dit
kan vanuit huis gebeuren, maar ook tijdens een gemeenschappelijke
bijeenkomst. Bij de gebruikelijke manier van stemmen bepalen mensen hun
voorkeur door het kiezen van één alternatief uit een serie. Het alternatief
met de meeste stemmen wint. De nieuwe vorm van stemmen in Good
Governance geeft veel meer informatie dan de
traditionele manier.
Bij Range Voting beoordelen
mensen elk alternatief op meerdere dimensies op een schaal van 0 tot 100. Dit
levert rijke en genuanceerde informatie op over elk alternatief. Om het
stemmen zo inzichtelijk mogelijk te maken als maar kan, zijn de 10
verschillende 0-100 schalen voorzien van geijkte evaluatietermen. De geijkte
evaluatietermen maken de interpretatie van de Range Voting
schalen veel gemakkelijker. De data van de Range Voting
schalen worden doorgevoerd naar een consensuscoëfficiënt die in een
getal tussen de 0 en100 aangeeft in welke mate stemmers het met elkaar eens
zijn. Dit is geen gewoon percentage omdat zowel frequentie als afstand wordt
meegenomen in de berekening.
Uitsluitend bij Range Voting
ontstaat een spreiding in de stemmen die veel inzicht geeft. Bij traditioneel
stemmen tellen we de aantallen mensen die voor of tegen zijn. Bij Range Voting weten we in welke mate bepaalde groepen mensen
voor of tegen zijn en wat hun belangrijkste overwegingen zijn. Indien gewenst
is het mogelijk om een tweede of derde ronde in te zetten om bepaalde
overwegingen nog scherper in beeld te krijgen. Door via een open tekstvak de
resultaten van een stemronde met de consensusgegevens terug te rapporteren
aan de stemmers komt bij hen een proces van interne en externe dialoog op
gang. Dit zal leiden tot een beter gedragen beslissing. Voorbeelden zijn:
- De
Brede School moet in zijn huidige vorm blijven bestaan.
- De
Brede School vervult een zeer belangrijke maatschappelijke taak.
- De
Brede School ontwikkelt het beste alle talenten van haar leerlingen.
- Basisschoolleerlingen
kunnen het best naar een brede school gaan.
- Het
is onverantwoord op dit moment ook maar iets te wijzigen aan het concept
van de Brede School.
Op al deze vragen wordt gestemd op een schaal van 0-100.
Door de vragen met elkaar te combineren worden meetfouten er uit gehaald. Het
totaal van de 5 antwoorden wordt vervolgens ondergebracht in een Range Voting schaal, waaruit blijkt in welke mate de deelnemers
het eens of oneens met elkaar zijn. De Range Voting
schaal die in het voorbeeld van de Brede School benut kan worden is: helemaal
niet mee eens--enigszins mee eens--mee eens--zeer mee eens--helemaal
mee eens
Stemsysteem
Er wordt gebruik gemaakt van het online stemsysteem van
Stichting FCV. Dit systeem is wetenschappelijk onderzocht en direct voor
gebruik gereed. Eventueel kan men gebruik maken van een paper-and-pencilvariant
van de Range Voting schalen. De antwoorden worden
vervolgens secundair eenmalig onder toezicht ingevoerd in het onlinesysteem.
Varianten
De methodiek van kerntakendiscussie en proactief
bezuinigen kan in verschillende varianten worden uitgevoerd:
·
Een
steekproefsgewijze peiling direct onder de bevolking van een gemeente of een
gedeelte daarvan. Hierbij wordt in overleg met de betreffende afdeling
van een gemeente een steekproef getrokken uit alle inwoners. Voordeel is
hierbij dat ook degenen die geen gebruik maken van de voorzieningen in de
peiling betrokken worden.
·
Een
peiling onder de gebruikers van maatschappelijke en culturele organisaties.
Hierbij worden alle gesubsidieerde organisaties gevraagd een opgave te doen
van een aantal van hun cliënten. Uit deze cliënten wordt een willekeurige
selectie gemaakt. Hierbij moeten wel goede afspraken gemaakt worden ter
bescherming van de privacy.
·
Een
peiling onder de veldwerkers in een gemeente. Samen met de
maatschappelijke organisaties wordt een inventarisatie gemaakt van de diverse
veldwerkers. Hieruit wordt een selectie gemaakt. Voordeel is dat deze mensen
het meest direct bij de maatschappelijke ontwikkelingen in een gemeente
betrokken zijn. Nadeel is dat ze zich kunnen gedragen als fanclub voor hun
eigen organisatie.
·
Een
peiling onder de managers van gesubsidieerde organisaties. Dit is een
beperkte groep, welke in principe ook in staat zou moeten zijn om goed over
de eigen grenzen heen te kijken. Nadeel is dat ze vaak wat verder af staan
van de dagelijkse problematiek waar hun veldwerkers wel zicht op hebben.
·
Een
peiling waarbij een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van in een gemeente
actieve organisaties worden betrokken. In overleg met maatschappelijke
organisatie wordt een zo breed mogelijke groep samengesteld. Ook hier speelt
dat dit hogere eisen kan stellen aan de informatievoorziening, omdat wellicht
niet iedereen vanuit eigen ervaring kan overzien wat maatschappelijke
rendementen van sociale investeringen zijn.
Uiteraard is een combinatie van varianten mogelijk.
Auditcommissie
Dit proces van proactieve afwegingen wordt geleid door een
Auditcommissie (AC). Deze AC is verantwoordelijk
voor het formuleren van de stellingen. Zij laat zich hierin bijstaan door
externe deskundigen op het gebied van welzijn en cultuur van Stade Advies en
door deskundigen op het gebied van Range Voting van
de stichting FCV.
De kern van de AC kan bijvoorbeeld gevormd worden door het
hoofd van de afdeling maatschappelijke ontwikkeling, één vertegenwoordiger
uit de toezichthoudende sfeer van maatschappelijke organisaties en één
vertegenwoordiger uit de cliënt / gebruikers organisaties.
De stellingen worden afgeleid van het beoogde
maatschappelijk effect van de sociale investeringen, subsidies, die de gemeente verstrekt. Het formuleren van deze
stellingen gebeurt door de externe deskundigen, die ze ter goedkeuring
voorlegt aan de AC.
Nadere informatie is te verkrijgen bij:
Jan Tilburgs, vennoot/adviseur, tel. (06)
51242511 of j.tilburgs@stade.nl
Drs. Erik Vermathen,
vennoot/directeur, tel.
(06) 10939404 of e.vermathen@stade.nl
Johan
Kruithof, vennoot/adviseur, tel.
(06) 53215138 of j.kruithof@stade.nl
|