|
Coalitie akkoorden
2010: meer ruimte voor de burger, minder overheid
Na de
raadsverkiezingen van 3 maart 2010 bereikte in april en mei de ene na de
andere gemeente een coalitieakkoord.
Stade Advies
analyseerde de akkoorden van 120 gemeenten, verdeeld over
klein/middelgroot/groot en landelijk/stedelijk. Hiermee is een representatief
beeld ontstaan van wat de Nederlandse gemeenten de komende jaren aan plannen
hebben.

Niet alle
beleidsvelden werden in de analyse betrokken, het onderzoek richtte zich op
die plannen die samenhangen met maatschappelijke
ontwikkeling, de richting waarin het denken over de samenleving zich
beweegt. Daarmee verbonden komen ook thema’s rond maatschappelijke ondersteuning aan de orde, in relatie tot de nog
niet zo lang geleden (1 januari 2007) ingevoerde WMO. Hierna een
samenvatting.
Momentum:
meer participatie, minder beleid,
betere communicatie
De afstand (of kloof) tussen burger en bestuur wordt door
menigeen in dit land al jaren als te groot ervaren. Zo geven kiezers met een
zekere regelmaat aan dat zij te weinig invloed hebben op bestuur en politiek
en is gaandeweg tussen overheid en burger te veel een verhouding van
producent - consument ontstaan (‘u vraagt wij
draaien’). Ook de overheid zelf vindt dat er zaken moeten veranderen, gelet
op de regelmatig terugkerende projecten rond vernieuwing en verkleining van
de overheid en de meer recente discussie over de rol en eventuele herindeling
van provincies en gemeentes.
Het eerste wat in de analyse van coalitieakkoorden opvalt,
is dat de aankomende bezuinigingen zorgen voor een ‘momentum’.
Werkelijk opvallend is dat iedere gemeente de huidige omstandigheden
aangrijpt om haar inwoners meer ruimte te geven en zelf een stapje terug te
doen. Dit vanuit het besef dat de overheid niet alle problemen kan oplossen
en burgers een goede bijdrage kunnen leveren aan de eigen samenleving. Ook
schrijft menige coalitie dat er teveel bureaucratie is en dat men daar wat
aan wil doen.
Men zoekt in belangrijke mate de oplossing in de richting
van meer gebiedsgericht (wijken, dorpen, stadsdelen) werken en het langs die
weg betrekken van bewoners en hun verbanden. In het verlengde daarvan ligt
dat men ruimte wil geven aan eigen initiatieven en die minder wil inperken
door allerlei beleid vooraf. Ook moeten er minder regels worden opgelegd, zo
schrijven veel coalities. En, zo schreef men in zo’n
15 gemeentes, men wil de communicatie verbeteren. Men denkt daarbij aan
middelen zoals het toepassen van een communicatieprotocol, het gebruik van
nieuwe digitale communicatietechnieken of het instellen van een burgerforum
of -panel.
Visie en kerntaken
In de akkoorden komt het besef naar voren dat voorwaarde
voor een stapje terug is dat de gemeente dan ook haar ambities moet gaan
bijstellen. Dit is voor diverse gemeenten reden om komend najaar een nieuwe
visie te ontwikkelen of een kerntakendiscussie te gaan voeren. Zo wil men helder krijgen wat nog wel en wat niet meer zal worden
gedaan. En, zo komt in deze akkoorden naar voren, van wat aan
kerntaken overblijft, moeten de kwaliteit en klantgerichtheid omhoog.
Realisme in de
plannen
Het kan niet anders in deze tijd van economische crisis:
iedere gemeente besteedt een uitvoerige paragraaf aan de (naderende
landelijke) bezuinigingen. Wat opvalt is dat vrijwel
nergens daarover wordt gesomberd, een enkele
gemeente stelt zelfs: ‘we blijven opgewekt’. Ruim 50% van de gemeentes schrijft
dat men de keuzes niet alleen wil maken, maar samen met belangrijke partners
in de samenleving. Begrippen als ‘interactief bezuinigen’ of ‘sociaal
bezuinigen’ komen een tiental keren naar voren.
Ondanks de bezuinigingen blijkt uit programma’s dat er toch
zeker ook nog ambities zijn, maar dat die wel in een realistisch perspectief
moeten worden geplaatst. Men wil liever een paar dingen goed doen dan veel
half. En, zo staat in ruim 50% van de akkoorden, belangrijk hierbij is een
betere en effectievere samenwerking met en van maatschappelijke (en met name gesubsidieerde) organisaties.
Thema’s
Vanuit het perspectief van maatschappelijke ontwikkeling
zijn in onderstaande grafiek de meest scorende thema’s opgenomen, per
categorie gemeentes uitgedrukt in procenten op basis van het aantal keren dat
een thema werd benoemd.

Burgerparticipatie
Het kwam al
aan de orde, vrijwel alle gemeentes willen hun inwoners meer ruimte geven voor
hun initiatieven, en willen daarbij meer servicegericht zijn. Uit de grafiek
blijkt dat vooral de grotere gemeentes hier belang aan hechten, hetgeen vanuit de akkoorden kan worden verklaard uit de
relatief grotere afstand tussen bestuur en burger dan in kleinere gemeentes.
Uit de grafiek blijkt ook dat gemeentes het gebiedsgericht werken hierbij
zien als een belangrijk instrument. Hierbij denkt men aan integrale wijk- en
dorpontwikkelingsplan, expliciet verantwoordelijkheden en budgetten geven aan
bewonersorganisaties, het instellen van wijkontwikkel-
en/of beheerteams, ed.
Nieuwe relaties met maatschappelijke
organisaties
Menig
gemeente schrijft dat men de problemen niet alleen kan oplossen,
maatschappelijke organisaties zijn daarbij belangrijke partners. Ongeveer 30%
van de gemeentes geeft aan dat men via beleidsgestuurde contractfinanciering
of via de subsidierelatie meer zal gaan sturen op samenhang en op een
efficiëntere samenwerking van deze organisaties. Het maatschappelijk
rendement moet omhoog, waar nodig moet daarvoor een reorganisatie van
gesubsidieerde organisaties plaats vinden, zo schrijft men.
Krimpende bevolking
Omstreeks
2030 gaat de Nederlandse bevolking over van groei naar krimp, een aantal
gemeenten ervaart dat nu al. Niet alle gemeentes zullen daar mee
geconfronteerd worden, sommigen krijgen te maken met leegloop, anderen niet.
De vraag dient zich aan of er een ‘slag om de inwoners’ ontstaat of dat bv.
meer wordt gekozen voor de uitbouw van kwaliteit van wonen. Ongeveer 10
gemeentes geven aan dat men de krimp nu al begint te ervaren of op nabije
termijn ziet aankomen. In die coalities komen deze vraagstukken over
kwaliteit of kwantiteit nadrukkelijk aan de orde.
Wet maatschappelijke ontwikkeling
In 2007
werd de wet maatschappelijke ontwikkeling (WMO) ingevoerd. De eerste jaren
werd het accent vooral geplaatst op het op een juiste wijze uitvoeren van
deze wet, met daarbij accent op de aanbesteding van de thuiszorg en de
invoering van WMO-raden. Echter, de WMO is vooral
ook een participatie wet en meer dan de helft van de geanalyseerde gemeentes
schrijft dat participatie nu verder moet worden uitgewerkt. Als motto komt in
menig akkoord naar voren dat ‘Iedereen moet kunnen meedoen’.
Centra voor Jeugd en Gezin
De afgelopen paar jaren is ongeveer de helft van de
beoogde Centra voor Jeugd en Gezin gerealiseerd. Iedere gemeente besteedt
daar wel aandacht aan. Ongeveer 50% schrijft dat eerst de resterende centra
moeten worden gerealiseerd, andere gemeentes willen dat het accent nu wordt
geplaatst op goed functioneren en kwaliteit. Ook reageren sommige gemeentes
op de plannen om de regie over de jeugdzorg over te hevelen van provincies
naar gemeentes. Deze gemeentes willen deze beweging benutten om meer
samenhang aan te brengen in het lokale jeugdbeleid.
Efficiënter gebruik van maatschappelijke
accommodaties
Uit de
grafiek blijkt dat iedere gemeente wel iets heeft geschreven over haar
maatschappelijke accommodaties. Een aantal keren schrijft men
dat er meer brede scholen moeten komen, vaker wordt aangegeven dat
accommodaties (onderwijs, sport, welzijn) beter moeten worden benut. Daarvoor
zoeken die gemeentes het in een samenvoeging van functies (multifunctioneel),
soms vanuit een concept (brede school, Kulturhus).
Naast een efficiënter gebruik wil men op deze wijze ook komen tot
kostenbesparing.
Beweging voor iedereen
In
werkelijk ieder akkoord is er aandacht voor beweging van alle
leeftijdsgroepen, onder de noemer van breedtesport. Inzet is dat men beweging
door iedereen wil stimuleren. In vrijwel alle gemeentes wil men daar de
sportverenigingen een belangrijke rol in geven.
Slotbeschouwing: het momentum
benut
Een momentum ontstaat dan als al langer bestaande ambities
mogelijk worden gemaakt door plotseling veranderende omstandigheden. Goede
voorbeelden hiervan zijn het Deltaplan dat tot stand kwam na de Zeeuwse
watersnoodramp in 1953 en de verhoging van de Nederlandse rivierdijken na de
hoge waterstand in 1995.
Het is dus
de kunst om een momentum te benutten om vaak
vastlopende ambities los te trekken en versneld te realiseren.
Zo’n kans doet zich nu voor.
Al jaren
werken gemeentes aan het meer betrekken van burgers, te vaak zonder voldoende
resultaat. Uit de coalitieakkoorden 2010-2014 blijkt nu dat zij de
bezuinigingen en aankomende hervormingen willen benutten om daadwerkelijk een
stapje terug te zetten en de burger ruimte te geven. Door minder beleid te
maken en burgers daadwerkelijk verantwoordelijkheden (terug) te geven.
Landelijk
wordt al een decennium of langer gewerkt aan bestuurlijke vernieuwing en een
kleinere overheid, ook daar zonder al te veel resultaat. En ook daar kan het
nieuwe kabinet na de coalitievorming nu gaan doorpakken.
Kortom,
‘Ieder nadeel heeft zijn voordeel’ (Cruijff), ook deze crisis.
Het is
daarom nu zaak dat lokale en landelijke overheden in deze ambitie, het ruimte
geven aan de burger en de eigen rol terugdringen, hun doelen op elkaar gaan
afstemmen, eventueel via een alomvattend (Delta)plan. Ook overkoepelende
organisaties van maatschappelijke instellingen kunnen daar een bijdrage aan
leveren.
Kansen zijn
er nu te over.
En ook wij
leveren daar natuurlijk graag een bijdrage aan.
Sjaak Floris
Vennoot en
adviseur
Stade Advies, Kwaliteit van samenleven
|