St@dium
e-zine  van Stade Advies BV, Kwaliteit van samenleven


Toezichthouder in een maatschappelijke onderneming

 

 

De maatschappelijke onderneming kan een belangrijke rol vervullen in het creëren van synergie door samenwerking van markt, overheid en burger. Maar eerst zal een antwoord moeten worden gevonden op lastige vraagstukken als de aanvaardbaarheid van rendement en het mandaat van toezichthouders, aldus Tias Nimbas-hoogleraar Kees Mouwen. 

 

Maatschappelijke ondernemingen vallen nu nog vaak tussen de wal van de overheid en het schip van de vrije markt. Het is complex om de juiste vrijheidsgraden te bepalen voor het bestuur van organisaties als ziekenhuizen, zorginstellingen, universiteiten, hogescholen, ROC’s, woningcorporaties, musea, kunstinstellingen, waterbedrijven en vormen van openbaar vervoer. Zo hebben sommige besturen bijvoorbeeld nog te weinig strategische ruimte; de directies van ziekenhuizen moeten werken in een achterhaalde organisatiestructuur en de universiteiten moeten absolute topkwaliteit leveren bij slinkende budgetten, waardoor ze internationaal en collectief op achterstand komen. Aan de andere kant gedragen sommige directeuren van woningcorporaties zich alsof ze CEO van hun eigen beursgenoteerde onderneming zijn. Stakeholders hebben daarom alle belang bij  een betere bestuurlijke balans tussen markt en overheid bij dit soort organisaties.

 

Om organisaties die publiek noch privaat zijn toch een kader te geven is in Nederland het concept van de ‘maatschappelijke onderneming’ ontwikkeld. Kenmerken daarvan zijn:  

 

•   privaatrechtelijke rechtspersoon;
•   de wens te functioneren als een effectieve, efficiënte en doelgerichte onderneming;
•   producten/dienstenportfolio gericht op het publieke domein en gerelateerde markten;
•   inkomsten vanuit de overheid, de markt en de burger;
•   niet gericht op winst, maar op ‘maatschappelijk rendement’;
•   winst mag tot op zekere hoogte worden gemaakt, maar niet worden uitgekeerd;
   zowel verticale als horizontale verantwoording.

 

De maatschappelijke onderneming heeft dikwijls een hybride structuur en moet functioneren in een complexe omgeving met veel verschillende stakeholders, geldstromen, sturingsmechanismen en organisatieculturen. Juist vanwege de intrinsieke complexiteit van dit type organisatie is een aparte rechtsvorm wenselijk.

In juli 2009 heeft minister van Justitie Hirsch Ballin een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd dat maatschappelijke ondernemingen een besluitvormingsstructuur voor de belangrijkste ondernemingsbeslissingen verschaft en zowel het interne toezicht als het overleg met en de verantwoording aan belanghebbenden regelt.
De vaste commissie voor Justitie van de Tweede Kamer heeft de minister op 18 december 2009 gevraagd nader te onderbouwen in hoeverre het wetsvoorstel ‘bijdraagt aan de verbetering van de maatschappelijke binding/verankering van organisaties in de semi-publieke sector’. De vraag van de commissie komt voort uit harde en gefundeerde kritiek tijdens de twee door de Kamer georganiseerde rondetafelconferenties voor experts, bestuurders en brancheorganisaties in november en december 2009.

 

De maatschappelijke onderneming kan een belangrijke rol vervullen in het creëren van synergie door samenwerking van markt, overheid en burger. Maar dan moeten eerst nog wat lastige vraagstukken worden opgelost, zoals de hoeveelheid winst die een maatschappelijke onderneming mag maken en het organiseren van effectief toezicht. Aangezien maatschappelijke ondernemingen door de markt noch door volksvertegenwoordigers direct gesanctioneerd kunnen worden, is vaak onduidelijk welk mandaat de toezichthouders hebben. Voorlopig geeft de maatschappelijke onderneming helaas nog teveel aanleiding voor ideologische debatten, terwijl er goede redenen zijn om niet voor markt of overheid te kiezen, maar voor een organisatietype waarin beide samenwerken.

 

Klik hier voor het volledige artikel: www.tiasnimbas.edu/governance-update

 

 

 

 

 

 

 

Terug