St@dium
e-zine  van Stade Advies BV, Kwaliteit van samenleven


Relatie bedrijvigheid en leefbaarheid voor het eerst in kaart gebracht

 

 

Het rapport Bedrijvigheid en leefbaarheid in stedelijke woonwijken van het Planbureau voor de Leefomgeving, de Universiteit Utrecht en de Atlas voor Gemeenten gaat in op de relatie tussen bedrijvigheid en leefbaarheid.

 

De onderzoekers baseren hun resultaten op een longitudinaal onderzoek dat liep van 1999-2006. Ze geven aan dat met dit rapport voor het eerst de wederzijdse relatie tussen bedrijvigheid en de lokale kwaliteit van stedelijke woonwijken 'kwantitatief en landsdekkend' in kaart is gebracht. KEI zet de hoofdconclusies uit het onderzoek hieronder op een rij.

 

Invloed van bedrijven op de leefbaarheid in de wijk

 

·         Het rapport stelt dat nieuwe bedrijven zoals een kantoor, productiebedrijf, bouwbedrijf, horecaonderneming of grote supermarkt in de wijk tot een toename van leefbaarheidsproblemen kan leiden zoals overlast en onveiligheid.

·         Kleine winkels zoals een bakker of een boetiek hebben in tegenstelling tot bovengenoemde bedrijven een positief effect op de leefbaarheid in de wijk. Kleine winkels hebben doorgaans veel klanten uit de buurt en vergroten zo ook de kans dat buurbewoners elkaar ontmoeten, wat de sociale cohesie in de wijk ten goede komt. Deze conclusie geldt volgens de onderzoekers vooral wanneer die winkelier een historische binding heeft met de wijk.

·         Persoonlijke belangen van ondernemers bepalen hun inzet voor de leefbaarheid. Het rapport stelt dat ondernemers zich bij hun beslissing om zich actief in te zetten voor de leefbaarheid van de buurt, vooral laten leiden door persoonlijke belangen en niet zozeer door economische belangen.

·         Extra banen in de wijk leiden niet tot minder werkloosheid in die wijk. Volgens het rapport heeft het stimuleren van bedrijvigheid in woonwijken geen direct effect op de werkloosheid aldaar. De kans dat de nieuw ontstane banen aansluiten op de kennis en ervaring van de wijkbewoners is namelijk klein.

·         Leegstand van winkels kan leiden tot een negatieve ontwikkeling van de bedrijvigheid en leefbaarheid in wijken. Lege winkelpanden kunnen bijvoorbeeld vernielingen uitlokken en ertoe leiden dat andere winkels eerder uit de wijk vertrekken, een kleinere kans op overleven hebben of minder snel groeien.

 

Invloed van leefbaarheid op het bedrijf in de wijk

 

·         Beleid gericht op het creëren, behouden en stimuleren van bedrijvigheid in stedelijke woonwijken, lijkt volgens het rapport tegen de stroom in te roeien: de bedrijvigheid in deze wijken is, in vergelijking met andere locaties, de afgelopen jaren niet toe-, maar juist afgenomen. Vooral in wijken waar de leefbaarheidproblematiek het grootst is (de ‘aandachtswijken’), blijft de ontwikkeling van bedrijvigheid achter.

·         Het verbeteren van de leefbaarheid kan een gunstig effect hebben op de bedrijvigheid in een wijk. In een wijk met minder leefbaarheidsproblemen is de kans groter dat bedrijven overleven en groeien, aldus de onderzoekers. Ook verhuizen bedrijven dan minder snel naar een andere locatie.

·         Wijken functioneren als ‘broedplaats’ voor nieuwe bedrijven. Woonwijken kenmerken zich vooral als een startlocatie voor bedrijven en als locatie voor kleinschalige bedrijvigheid. Daarop heeft de leefbaarheid in de wijk weinig invloed; karakteristieken van de wijkbevolking spelen bijvoorbeeld een grotere rol. De leefbaarheid is wél van invloed op de kans dat deze nieuwe bedrijven overleven, groeien of verhuizen.

·         Het functioneren van bedrijven is volgens het rapport sterk afhankelijk van de kenmerken van bedrijven zelf en de omstandigheden in het stedelijk gebied.

 

Economische ontwikkeling in veertig aandachtswijken blijft achter

Uit het rapport blijkt ook dat de economische ontwikkeling van de veertig aandachtswijken achter blijft bij die van andere stedelijke woonwijken. Er worden in aandachtswijken wel meer bedrijven opgericht dan gemiddeld, maar het aantal bedrijfsbeëindigingen is ook groter, bedrijven groeien minder hard en er vertrekken ook meer bedrijven uit deze wijken. Dit geldt volgens de onderzoekers in het bijzonder voor bedrijven in de zakelijke diensten: in de aandachtswijken heeft dit type bedrijven niet alleen een lagere overlevingskans en een hogere verhuiskans, maar worden er ook minder van dit type bedrijven opgericht. Dit wordt volgens de onderzoekers echter niet alleen veroorzaakt door de relatief grotere leefbaarheidsproblemen in deze wijken: mogelijk speelt het vaak negatieve imago van deze wijken een rol (waardoor bijvoorbeeld de klanten wegblijven). Overigens is het effect van de krachtwijkenaanpak niet in het onderzoek meegenomen: het onderzoek beslaat de periode 1999-2006.

 

De laatste twee jaar is het ondernemerschap en de bedrijvigheid in de veertig wijken toegenomen, zo blijkt uit het recente onderzoek 'Monitoring van ondernemerschap in de 40 aandachtswijken' (2009) van het Economisch Instituut voor het Midden- en kleinbedrijf . Dit onderzoek stelt dat het ondernemerschap en de bedrijvigheid de laatste twee jaar gemiddeld sneller zijn gegroeid dan in de 18 steden waar ze in liggen en Nederland als geheel. De achterstand in de aandachtswijken is de laatste jaren dus kleiner geworden. De onderzoekers kunnen echter niet aantonen dat dit een resultaat van het wijkenbeleid is: het onderzoek is een puur kwantitatieve benadering van het ondernemerschap en de bedrijvigheid in deze wijken; het zegt dus verder niks over de invloed van het beleid op ondernemerschap en bedrijvigheid.

 

Bron:  KEI persbericht

 

 

 

 

 

 

Terug