|
De bundel “Vernieuwing van de nieuwe stad, Groeikernen van
slaapstad naar droomstad” gaat in op de vraagstukken waar
groeikernen momenteel voor staan. De bundel bevat essays van Arnold Reijndorp, stadssocioloog en verbonden aan het
International New Town Institute en Klaas Mulder,
adviseur gebiedsgericht sociaal beleid bij Laagland Advies. Beiden reiken
oplossingsrichtingen voor de vraagstukken aan. De essays zijn aangevuld met
foto-essays van Paulien Oltheten en Sander Foederer.
Na de bouw van de naoorlogse woonwijken (periode 1945-1970) werd een nieuwe type woonwijk op de tekentafel ontworpen: de
groeikern, woonerfwijk of tegenwoordig ook wel bloemkoolwijk genoemd. De
zeventien officiële groeikernen, waaronder de gemeenten Capelle aan de
IJssel, Nieuwegein en Spijkenisse, kregen op een soortgelijke wijze een
ruimtelijke uitbreiding. Inmiddels zijn deze
groeikernen 'volgroeid' en zijn zij op zoek naar een strategie voor hun sociaal-ruimtelijke en economische toekomst.
Het International New Town Institute
in Almere doet onderzoek naar deze 'nieuwe steden' of ook wel New Towns, zowel in Nederland als in het buitenland en is
uitgever van deze bundel.
Klaas Mulder stelt in zijn essay de vraag of bestuurders niet te veel hun eigen
ambitie om te stijgen op de sociale ladder (het maken van een woon- en werkcarričre)
projecteren op de inwoners van hun steden? Wat is er mis met leven met een
zeven? Het cijfer dat Mulder aan het leven in de huidige groeikernen toekent.
Mulder maakt in zijn betoog analyses van de professional (de bestuurders en
beleidsmakers) en die van twee type bewoners: de 'overhebber'
en de 'overlever', zijn vertaling van kansarm en kansrijk, en hoe deze drie
groepen zich verhouden tot de groeikern.
Stadsocioloog Arnold Reijndorp
gaat in zijn bijdrage in op de vraag wat het probleem van de groeikern nu
eigenlijk is. Hij baseert dit op het onderzoek dat hij samen met het
Planbureau voor de Leefomgeving heeft uitgevoerd en binnenkort verschijnt. Reijndorp gaat in op de identiteit van de groeikern: is
het een stad, suburb of groeikern en vervolgens op een daarop gefundeerde
keuze voor de toekomstige sociaal-ruimtelijke
ontwikkelingen.
De voormalige groeikernen zijn gelegen in zeer dynamische
stedelijke regio's. Om de vraag naar de toekomstige ontwikkeling van deze
nieuwe steden te beantwoorden is het nuttig om de ambities van de stad en de
problemen die erop afkomen scherper te onderscheiden. Reijndorp
stelt voor om gebruik te maken van twee loodrecht op elkaar staande assen. Op
de ene as staat de ambitie van de complete stad en daar tegenover de ambitie
van een aantrekkelijke suburbane woonomgeving. Op de andere as staat de wens
om enkel geslaagden te huisvesten tegenover de noodzaak om een
emancipatiemachine te zijn. Er ontstaan zo vier velden waarin de huidige
positie van de stad bepaald kan worden als vertrekpunt van discussie over de
toekomstige positie: waar willen bewoners, ondernemers, bestuurders en andere
betrokken uiteindelijk met hun stad naartoe.
Bij het nadenken over en achterhalen van de identiteit van
een stad kan de beeldende kunst ook eyeopeners bieden. Fotografe Paulien Oltheten portretteert de gewone mensen in gewone straten
en is op zoek naar het bijzondere. Het werk van fotograaf Sander Foederer geeft het alledaags beeld weer, bijna te gewoon
om te fotograferen en daarom zo van waarde.
Bron: www.kei-centrum.nl
|